Anno 1887: het verhaal van de Sausmeesters

Het bord boven het loket draagt twee jaartallen. Anno 1887, waar het frietverhaal van de familie Vleminckx begint, en 1957, toen het winkeltje in de Voetboogstraat zijn loket opende. Amsterdam staat er sindsdien in de rij.

Vlaamse wortels

De volledige naam van de zaak zegt waar het vak vandaan komt: Vlaams Friteshuis. Belgie is het moederland van de dikgesneden, dubbelgebakken friet, en de naam Vleminckx is sinds 1887 met die traditie verbonden. Toen de familie zich in 1957 op Voetboogstraat 33 vestigde, bracht ze de Vlaamse methode naar het hart van Amsterdam: vers snijden, twee keer bakken, serveren in een puntzak.

De Sausmeester

Ergens onderweg verdiende de zaak zijn tweede naam: de Sausmeester. De friet maakte de reputatie, de sauzenmuur maakte de legende. Ruim twintig potten, van Hollandse klassiekers als joppie en oorlog tot de Belgische rij met samurai, andalouse en hannibal. Het Parool, dat die hannibalsaus decennia later recenseerde, concludeerde dat Vleminckx met recht een instituut is.

Er is weinig veranderd

Dat is het geheim. De zaak is nog steeds een gat in de muur. De friet is nog steeds huisgemaakt, het bordje waarschuwt nog steeds dat saus apart is, en de rij vormt zich nog steeds tegen het middaguur: Amsterdammers die hier als kind al aten naast bezoekers met een reisgids die de beste friet van Amsterdam beloofde. In 2013 kwam de oorkonde van de AD Friettest aan de muur. De friet had het niet door; die werd gebakken.

De familie vandaag

Dezelfde familie runt nog drie zaken binnen tweehonderd meter: The Chicken Bar in de Voetboogstraat, Fish & Fries op het Muntplein en The Dutch Chocolate Bar op de Heiligeweg. Verschillende ambachten, dezelfde overtuiging: doe een ding, doe het goed, doe het decennialang.